Waarom jonge onderzoekers bang zijn om te presenteren op conferenties

De meeste onderzoekers zullen het toegeven: veel conferentiepresentaties zijn pijnlijk om naar te kijken.

Te snel. Te gedetailleerd. Te veel slides die lijken alsof een onderzoeksartikel per ongeluk in PowerPoint is beland. Na amper dertig seconden ben je al de draad kwijt.

Het tragische? Iedereen weet dit.

Dus waarom veranderen we het niet?

Omdat jonge onderzoekers bang zijn voor senior wetenschappers.

Het is dat stemmetje dat fluistert:

  • “Als ik het eenvoudig voorstel, denken ze dat mijn onderzoek oppervlakkig is.”
  • “Als ik niet alles toon, zal mijn promotor teleurgesteld zijn.”
  • “Als ik het anders presenteer, kom ik arrogant over.”
Picture by Gaël Kazaz at the Young EFFoST Conference 2024

Focus op je publiek, niet op je promotor

Veel jonge onderzoekers bereiden hun presentatie voor alsof ze die voor hun promotor geven.

Dan komen ze op de conferentie en botsen ze op een heel andere realiteit:

De zaal zit vol wetenschappers die het specifieke sub-sub-domein niet kennen. Waarom is het interessant voor hen? Wat kunnen ze ermee?

Dat leidt tot een vreemd soort theater: iedereen doet alsof die alles begrijpt, maar voelt zich stiekem helemaal verloren.

Senior wetenschappers willen ook geen saaie presentaties

Als je onderzoekers vraagt wat ze willen zien op conferenties, krijg je bijna altijd hetzelfde antwoord: heldere, goed gestructureerde en relevante content.

Niemand zegt: “Geef me alsjeblieft een technische monoloog met 14 onleesbare grafieken.”

Dus waar komt die mythe vandaan?

Jonge onderzoekers kopiëren senior onderzoekers, die het op hun beurt overgenomen hebben van de generatie vóór hen.

En de dapperen?

Soms zie je ze: sprekers die het anders doen. Ze starten met een prikkelende vraag. Ze leggen het probleem uit in mensentaal. Ze tonen wat hun werk concreet kan veranderen. Of ze tonen één grafiek en nemen het publiek stap voor stap mee.

En nee, ze zijn geen Barack Obama, en ze hebben geen wereldschokkende theorie. Ze begrijpen gewoon dat heldere, boeiende presentaties iets opleveren: betere feedback, meer samenwerking en sterkere steun.

Dus… hoe lossen we dit op?

1) Voor jonge onderzoekers: mik op connectie, niet op overleven

Probeer deze mentale shift:

Je presentatie is geen examen.

Je hoeft niet te bewijzen dat je alles weet. Je bent er om:

  • feedback te krijgen,
  • samenwerking te starten,
  • je ideeën te testen.

Een vraag waar je geen hapklaar antwoord op hebt, is geen mislukking. Het is een cadeau. Het betekent dat iemand betrokken genoeg is om je uit te dagen. Het kan de start zijn van beter onderzoek.

2) Voor senior wetenschappers & promotoren: beloon helderheid, niet complexiteit

Wat jonge onderzoekers echt helpt, is verrassend eenvoudig:

  • Prijs helderheid. Zie eenvoud als een sterkte. En zeg dat ook expliciet.
  • Vraag: “Wat is de ene boodschap die je publiek moet onthouden?”, in plaats van te pushen om nog meer data op de slide te zetten.
  • Stimuleer een echt doel: feedback, samenwerking, nieuwe inzichten, in plaats van gewoon “je onderzoek presenteren”.

Tot slot

Wetenschappelijke conferenties zijn bedoeld als plekken waar ideeën en mensen samenkomen.

Als we betere conferenties willen, zijn betere grafieken niet de oplossing. We hebben een cultuur nodig waarin helderheid gewaardeerd wordt, en waarin jonge onderzoekers zich niet moeten verstoppen achter jargon en eindeloze data om serieus genomen te worden.

Wetenschap kan de wereld veranderen, maar alleen als ze andere mensen weet te bereiken.

Heldere communicatie maakt die verbinding mogelijk.