Presenteren voor kinderen: hoe doe je dat?

Volgens Einstein begrijp je jouw onderzoek of project pas helemaal als je het kunt uitleggen aan een zesjarige. Al eens geprobeerd?

Is presenteren voor kinderen dan zo anders dan voor volwassenen? Eigenlijk niet. Dezelfde tips die we geven voor een volwassen publiek, gelden ook voor kinderen. Alleen moet je voor kinderen nog een paar stappen verder gaan. Het moet nog duidelijker, nog visueler, nog prikkelender, nog enthousiaster. Geen fijnere leerschool dan presenteren voor kinderen.

Jaarlijks trainen we de onderzoekers die deelnemen aan de Wetenschapsbattle. We leren hen om een jong publiek wild enthousiast te maken. Onze beste tips delen we hier met jou.

1. Leef je in

Wat vinden kinderen interessant? Waar liggen ze van wakker? Speel daarop in. Zoek naar vragen die kinderen zich ook stellen en gebruik voorbeelden die ze kennen.

Hoe leef je je in? Door op onderzoek te gaan. Misschien heb je wel kinderen in de familie of bij de buren. Spreek hen aan. Of neem eens een kijkje op Karrewiet, het kinderjournaal van Ketnet. Daarop kom je te weten wat de laatste nieuwe hypes zijn en wat kinderen nauw aan het hart ligt. Ben je bijvoorbeeld benieuwd naar dé game van 2017? Musical.ly. Misschien iets mee te doen in je presentatie?

2. Laat het kind in jezelf los

Enthousiasme werkt aanstekelijk. Hoe enthousiaster jij bent, hoe enthousiaster je publiek, en omgekeerd. Maar wanneer wetenschappers een presentatie geven over hun onderzoek, is het vaak bittere ernst. Want ze willen zo professioneel mogelijk overkomen en vooral geen enkel detail vergeten.

Wat je vooral moet doen: jezelf volledig laten gaan. Ga op zoek naar datgene wat je mateloos passioneert. De kinderen moeten de indruk krijgen dat je op een zonnige zomerdag liever met je onderzoek bezig bent, dan aan een ijsje te likken op het strand. Laat ze proeven van jouw verwondering en fascinatie voor wetenschap. Schrap uit je hoofd alle volwassenen met gefronste wenkbrauwen die je vragend aanstaren (zoals je promotor) en haal het kind in jezelf naar boven. Dus ja, op de tafel kruipen mag (maar doe dat enkel als je die opwelling voelt, niet omdat het zo hoort).

3. Het moet juist zijn, maar niet exact

Je onderzoek op korte tijd uitleggen aan kinderen lukt enkel door te vereenvoudigen. En dat betekent dat bepaalde nuances wegvallen. Is dat erg? Helemaal niet, zolang het grotere verhaal nog klopt. Sommige tussenstappen zal je moeten weglaten of samenvatten.

Wat telt is dus je hoofdboodschap: die moet glashelder zijn. Wat wil je dat de kinderen onthouden van je presentatie? Focus daarop. De details zijn minder van belang, zolang je geen dingen vertelt die helemaal niet kloppen.

4. Geen verkleinwoordjes

Hoe praat jij tegenover een kind? Vaak gebruiken we onbewust een babytaaltje. Hoe je dat herkent:

  • Je spreekt over jezelf in de derde persoon (‘Papa gaat even naar buiten’, in plaats van ‘Ik ga even naar buiten’).
  • Je stem gaat de hoogte in, alsof je net helium hebt ingeademd.
  • Voor alles gebruik je verkleinwoorden (zoals ‘Wil iemand nog een vraagje stellen over hoe die poesjes kleintjes krijgen?’).

Stop daarmee! Spreek normaal, zoals je ook tegen een volwassene zou doen. Anders gaat de jonge doelgroep zich ook als baby gedragen.

5. Laat ze iets doen

Vijftien minuten eenrichtingsverkeer, waarbij de kinderen stokstijf op hun stoel moeten zitten, is uit den boze. Betrek ze bij je verhaal en zorg voor afwisseling. Een paar mogelijkheden:

Stel vragen. Het kan een vraag zijn waarop ze mogen antwoorden (zoals ‘Wie komt met de fiets naar school?’), of waarover ze eens kunnen nadenken (zoals ‘Wat zou er gebeuren als er morgen plots geen auto’s meer zouden zijn?’).

Laat ze iets doen vanop hun plaats. Spreek je bijvoorbeeld over aders? Dan kunnen ze hun eigen aders op hun arm zoeken.

Of nodig enkele kinderen uit op het podium, om een experiment uit te voeren of je ergens bij te helpen. Je betrekt dan niet iedereen, maar de andere kinderen kunnen zich inleven vanop hun stoel, alsof ze zelf op het podium staan.

6. Vertel over jezelf

Jij bent een fascinerend object. Wist je dat? Alleszins toch voor kinderen. Je bent immers een échte wetenschapper. Ze kennen wetenschappers van stripverhalen, films en op tv, maar in het echt lopen ze die niet zomaar tegen het lijf. Wat ze zich vooral afvragen: Waarom ben je wetenschapper geworden? Hoe ben je op het idee gekomen om dat onderzoek te doen? Maar ook wat je hobby’s zijn, of je huisdieren hebt en wat je ‘s ochtends ontbijt…

Kinderen vinden het fijn om te ontdekken dat een wetenschapper ook maar een gewoon iemand is. En dat ze het misschien ook wel wetenschapper zouden kunnen worden. Stop dus best wat weetjes over jezelf in je presentatie. Droomde je er als kind al van om wetenschapper te worden? Of wilde je eerder politieagent worden?

7. Wees hun held

Jouw wetenschap kan de wereld beter maken. ‘Ja, maar’ hoor ik je denken, ‘mijn onderzoek heeft geen directe toepassing’, of ‘Ik doe het niet alleen, we zijn met een heel team, waarbij mijn collega …’ Je verzeilt al snel in te veel details. Op het podium moet jij de held spelen die een probleem kan helpen oplossen. Loopt dat zomaar van een leien dakje? Helemaal niet. Zoals in de betere films komt de held allerlei hindernissen tegen.

En wat als er geen direct probleem of concrete toepassing te vinden is? Dan graaf je nog wat dieper. Je doet je onderzoek nooit zomaar. Je kan altijd een link leggen naar eventueel mogelijke toepassingen. Zo lag heel wat fundamenteel onderzoek uiteindelijk aan de basis van de grootste ontdekkingen. Daar kan je een voorbeeld van geven.

 

Zoals ik eerder al zei: eigenlijk is presenteren voor kinderen niet zo verschillend van presenteren voor volwassenen. Zo heb je altijd een goede structuur nodig, moet je inspelen op je doelgroep en las je best voldoende pauzes in tussen je zinnen. Deze zaken beschrijven we in ons boek ‘The Floor is Yours: leren presenteren van brainstorm tot applaus‘.

Nood aan inspiratie? Op ons YouTubekanaal vind je video’s van de winnende presentaties van de afgelopen Wetenschapsbattles.

Op vrijdag 16 maart 2018 in de voormiddag (9:30-12:30 u.) vindt in Technopolis de finale van de Wetenschapsbattle plaats. Je kan die dan live volgen via de Facebookpagina. Noteer het alvast in je agenda.

Spreken voor kinderen is dus geen kinderspel, maar je zult versteld staan hoeveel voldoening je eruit haalt. Veel plezier!

-----------------------------------------------------------
4 extra tips & tricks voor onderzoekers
-----------------------------------------------------------